10 punten voor een Groen fietsbeleid Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Administrator   
zaterdag, 15 september 2012 21:12

Er rijden al veel fietsen in Leuven, maar Leuven is nog lang geen fietsstad. Het huidig stadsbestuur durft nog steeds niet voluit kiezen VOOR de fiets. De fiets wordt nog steeds niet beschouwd als een volwaardig vervoermiddel. Voor een groot deel van de verplaatsingen binnen het stedelijk gebied is de fiets gewoonweg het meest efficiënte vervoermiddel. Een stad die bovendien ook nog klimaatneutraal wil worden tegen 2030 zou eindelijk voor 100% de kaart van de fiets moeten trekken. Dit stadsbestuur denkt nog te veel in een en-en-model. Maar dat is op termijn niet vol te houden. Je kunt niet tegelijk minder CO2-emissies nastreven en toch meer auto’s aantrekken via nieuwe parkings. Je kunt niet blijven zeggen dat wat voor auto’s geldt dan ook maar voor fietsen moet gelden. Je kunt niet jezelf willen promoten als ‘fietsstad’ door een website en een werkgroep op te richten, maar het zelfs niet zinvol vinden om ook maar één ambtenaar aan te stellen die zich helemaal met het fietsbeleid mag bezighouden.

Groen wil het roer omgooien en vraagt een volwaardig en offensief fietsbeleid. Hieronder 10 punten voor het fietsbeleid waar Leuven al lang op wacht.

 

Structurele omkadering

1. Er komt een fietsambtenaar of fietsmanager die op alle niveaus de belangen van de fietsers kan verdedigen. De fietsambtenaar werkt aan een permanente verbetering van het fietsroutenetwerk in de stad en stelt een totaalplan fiets op.

2. Er komt een permanente fietscommissie. Via die commissie wordt het overleg over het fietsbeleid georganiseerd. In die commissie wordt een vertegenwoordiging van de Fietsersbond opgenomen.

3. Jaarlijks wordt een fietsrapport gepubliceerd, waarin verslag wordt uitgebracht van de BYPAD-audit (= instrument om fietsbeleid te evalueren) die de voortgang in het fietsbeleid meet.

4. De stad betrekt bij haar plannen en ontwerpen voor de publieke ruimte actief organisaties die de belangen van zachte weggebruikers verdedigen (Voetgangersbeweging, Fietsersbond, maar bij uitbreiding ook kwetsbare groepen als personen met een handicap, ouderen, jongeren,…)

Een volwaardig fietsnetwerk

1. Er komt een meerjarenplanning voor de uitbouw van een volwaardig fietsnetwerk. Daarbij wordt een gradatie van fietsverbindingen in kaart gebracht, van zwaardere routes (bv. waar er veel schoolverkeer is) tot lichtere routes (bv. kleine verbinding tussen straten). Op basis van die planning worden systematisch knelpunten weggewerkt om het netwerk te versterken.

2. Er wordt een inventaris van fietsknelpunten op het vlak van verkeersveiligheid, comfort en doorstroming opgemaakt en een planning om die knelpunten stap voor stap aan te pakken. Voorbeelden zijn: omgeving Keizersberg, …

3. Het is een van de taken van de fietsambtenaar om te zorgen voor een permanent en up to date overzicht van het hele netwerk. De investeringen worden gepland op basis van dat overzicht.

4. Het bovenlokaal functioneel fietsnetwerk wordt uitgebouwd in overleg met de aangrenzende gemeentes. Leuven is geen eiland

5. De oversteekbaarheid van de ring en de spoorweggeul moet verbeterd worden door de fietsroutes door te trekken tot in de binnenstad.

Een consequente keuze voor fiets- en voetgangersvriendelijke infrastructuur

Eerst dient men de behoeften van de zachte weggebruiker na te gaan, dan het openbaar vervoer en dan pas het autoverkeer. Het Vademecum Voetgangersvoorzieningen en het vademecum Fietsvoorzieningen wordt consequent nageleefd. Groen kiest onder andere voor:

1. ruime obstakelvrije wandelruimte

2. een fijnmazig netwerk van comfortabele, vlot bereidbare fietsroutes, ook en vooral voor woon-werkverkeer

3. binnen dat netwerk zijn er enkele sterke hoofdfietsroutes waar enkel fietsers worden toegelaten (of waar men kiest voor een fietsstraat)

4. de kortste route voor fietsers en voetgangers

5. verkeerslichten op maat van de zachte weggebruiker, met 3 seconden “fietsgroen” op kruispunten zodat fietsers veilig voor de auto’s kunnen vertrekken

6. waar mogelijk rechts afslaan voor fietsen bij rood licht toestaan

7. voet- en fietspaden die minder onderbroken worden door zijstraten maar gewoon doorlopen, zodat de auto het voet- of fietspad moet oversteken, niet omgekeerd

8. regelmatig onderhoud

9. specifieke bewegwijzering, niet enkel voor vrijetijdsroutes maar ook voor woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, woon-winkelverkeer

10. voorzien van fietscomfortstroken bij kasseien

11. bij menging van voetgangers en fietsers voldoende breedte voorzien, en ook een duidelijk onderscheid tussen voetpad en fietspad omwille van de verschillende snelheid.

Fietsstraten en kindlinten

1. Waar mogelijk en zinvol wordt bij bestaande straten gekozen voor de inrichting van ‘fietsstraten’, waar de fietser en niet de automobilist de norm is.

2. Er komen ‘kindlinten’ als duidelijk afgebakende, veilige, kindvriendelijke routes die kinderbestemmingen (school, speelterrein,…) met elkaar en de woonplaats verbinden. Zo kunnen kinderen zelfstandig veilig en prettig al hun verplaatsingen te voet of met de fiets doen. Kinderen worden actief betrokken bij de uitwerking van deze kindlinten. Het is belangrijk dat er een verbinding gemaakt wordt tussen deze kindlinten, het speelweefsel, en het netwerk aan trage wegen en het Dijlepad.

Fietsen in twee richtingen en in winkelwandelstraten

1. De mogelijkheid om fietsers in beide richtingen te laten rijden in eenrichtingsstraten wordt maximaal toegepast. Dit principe wordt ingevoerd in alle enkelrichtingsstraten om fietsers de kortste weg te bieden. Kleine aanpassingen volstaan: fietsstrook in tegenrichting aanbrengen, zone 30, goede communicatie.

2. Groen pleit voor volwaardige dubbelrichtingsfietspaden langs beide zijden van de Vesten. De huidige situatie is een allegaartje van smal en breed, kassei, asfalt enkelrichting en dubbelrichting. De belangrijke fietsersstromen langs de Vesten en de vele functies maken hoogwaardige dubbelrichtingsfietspaden nodig. Groen pleit voor brede rode asfaltfietspaden.

3. Fietsers worden, aan aangepaste snelheid, toegelaten in alle winkelwandelstraten.

Investeringsplan voor fietsstallingen

1. Er is nood aan een fors investeringsplan voor de uitbreiding van kwaliteitsvolle fietsstallingen in heel het stedelijk gebied (waar mogelijk overdekt en verlicht), en zeker op die plaatsen waar nu al veel fietsen worden gestald. De uitbreidingen van de voorbije jaren waren welkom, maar volstaan niet. Zo moet er aan het station meer capaciteit bijkomen voor fietsers. Het beleid om zoveel mogelijk fietsen onder de grond te krijgen en het stallen bovengronds onmogelijk te maken wijzen wij af. Bij bouwvergunningen voor nieuwe woningen en appartementen zou moeten bepaald worden dat genoeg fietsstallingen worden voorzien.

2. Er wordt een onderscheid gemaakt in het fietsparkeerbeleid voor wat betreft het gebruik. Pendelaars, bestemmingsverkeer en bewoners hebben verschillende eisen. Voor bewoners wordt ernaar gestreefd hun overdekte stallingen aan te bieden.

3. De bepaling in het algemeen politiereglement dat het stallen van fietsen op het openbaar domein verboden is, tenzij in officiële fietsstallingen wordt ongedaan gemaakt.

4. Er wordt een oplossing gevonden voor het stallen van studentenfietsen in de vakantieperiodes, in samenwerking met de KU Leuven.

5. Tijdens alle evenementen, markten en feesten worden op strategische plekken (bewaakte) stallingen voorzien, zo dicht mogelijk bij de evenementenzone.

6. Er wordt een fietsparkeernorm uitgewerkt die garandeert dat bij nieuwbouw steeds voldoende fietsenstallingen worden voorzien, die bovendien groot genoeg zijn voor buitenmaatse fietsen of fietskarren.

Plaats voor buitenmaatjes

1. Er komen meer mogelijkheden voor buitenmaatse fietsen (zoals bv. bakfietsen). Er zijn verschillende mogelijke pistes. Men zou speciale parkeervakken kunnen voorzien voor buitenmaatse fietsen, al dan niet overdekt. Het zou (in de tussentijd) ook mogelijk moeten zijn om een buitenmaatse fiets te zetten op een autoparkeerplaats. Dit soort fietsen heeft dezelfde functie als een auto. Er kan overwogen worden deze fietsen op te nemen in het systeem van bewonersparkeren. En op termijn moet ook het reglement op het voorzien van parkeerplaatsen aangepast worden. Wie nu een nieuw gebouw zet, wordt verplicht op het eigen domein autoparkeerplaatsen te voorzien. Dat zou zo moeten aangepast worden dat niet alleen standaard een ruim aantal fietsparkeerplaatsen is voorzien, maar ook voldoende plaatsen voor buitenmaatse fietsen.

Naar een stedelijk huursysteem voor fietsen

1. Er wordt onderzocht of huursystemen als Villo in Brussel in Leuven ook een kans maken. De voorkeur gaat uit naar een formule via een spin-off van Velo.

Stop fietsdiefstal

1. Er wordt verder werk gemaakt van een stevig antifietsdiefstalbeleid: een ruim aanbod aan kwaliteitsvolle, diefstalveilige fietsenstallingen, fietsgraveeracties, actieve controle, handhaving en opsporing, zodat gestolen fietsen aan de rechtmatige eigenaar bezorgd kunnen worden. Een makkelijk bereikbare en veilige fietsenstalling geldt als voorwaarde voor bouwvergunningen van appartementen en andere grote complexen (kantoorgebouwen, sport- en cultuurinfrastructuur, bedrijven,…).

2. De stad engageert zich door de website www.gevondenfietsen.be  als centraal registratiesysteem voor gevonden fietsen te gebruiken.

Het goede voorbeeld geven

1. Aanmoedigen van bedrijfsfietsen, zodat elk bedrijf een minimum aantal fietsen ter beschikking stelt van de werknemers voor verplaatsingen tijdens de diensturen en woon-werkverkeer.

2. De stad speelt zelf een voorbeeldrol door zoveel mogelijk zachte vervoermiddelen te gebruiken en te stimuleren (premies en goede fietsvoorzieningen voor het personeel, bedrijfsfietsen, …), en door een vervoersplan voor het eigen personeel op te stellen.

3. Politiepatrouilles op de fiets zijn niet alleen goed voor het contact met de bevolking, maar maken de politie ook gevoeliger voor de situatie van de zachte weggebruiker.